De paartijd:
De paartijd van eenden begint in het vroege voorjaar. Typisch baltsgedrag is het knikkoppen terwijl de woerd en het vrouwtje op elkaar afzwemmen. Maar de balts verschilt bij elke soort, zo is de balts van een mandarijneend niet te vergelijken met de balts van de ruddy duck.
Soms zie je de vrouwtjeseenden met gestrekte hals en de kop net boven het water zwemmen: dit is een uitnodiging voor de mannetjes om verder te gaan met het baltsgedrag. Het is een prachtig zicht! De meeste eenden zoeken in het vroege voorjaar een partner uit. Men kan zien dat als men een groep eenden heeft dat bepaalde eendjes een paartje gaan vormen ze zonderen zich wat af en zitten vaak bij elkaar. Sommigen zetten paartjes apart en anderen laten als men maar een eendensoort in de ren heeft de natuur zijn beloop. Begin aan het eind van de winter al met voer voor de kweekperiode. De meeste eenden paren altijd in het water ( uitgezonderd enkele rassen) dus als men wil gaan kweken moet men er voor gaan zorgen dat men een vijver heeft die groot genoeg is en vooral diep genoeg dit ook weer afhankelijk van het eendensoort. Dat de vrouwtjes eenden van het paren soms een kale plek in de nek van overhouden is niet erg. Houd bij het kweken ook rekening met de grote van de ren want als men meerdere koppels in een ren heeft moet men er rekening mee houden dat de eenden het liefst zo ver mogelijk uitelkaar zitten.
Nestelen:
Het nestelen gebeurd vaak al in maart. Sommige soorten durven al nestelen in januari of februari als het warmere winters zijn, veel soorten durven wel eens een tweede legsel beginnen in juli ofzo, anderen leggen dan pas hun eerste legsel in juli. Het nest wordt gedeeltelijk gemaakt met gebruik van eigen donsveren. Elke soort heeft zo zijn eigen verreisten wat betreft nestplaatsen
De broed
Nadat eerst alle eieren gelegd zijn begint de eend met broeden. In het laatste stadium dat ze in het ei zitten houden de kuikens door piepgeluidjes elkaar op de hoogte zodat ze ongeveer gelijktijdig uit het ei kruipen.
Het broeden gebeurt door de moedereend het broeden duurt 28 tot 30 dagen de woerd komt soms wat eten brengen naar het vrouwtje wat overigens niet alle eenden doen soms moet moedereend het echt doen met het eten wat ze zelf vind als ze er even een paar minuten tussenuit gaat. Soms kiezen eenden inderdaad het broedhok wat we aanbieden maar als moedereend besluit dit in een schuilplek te gaan doen is dit ook geen ramp lekker de natuur zijn beloop laten het enige wat men wel kan doen is als de eend geen beschutting heeft er even wat omheen zetten waarvan men zeker weet dat het niet kan omvallen goed vast zetten dus.
< Basisgegevens voor houders en verzorgers van eenden>
Kuikens:
De dagen voor dat de kuikens uitkomen is het zaak dat men als eigenaar goed kijkt of de kuikens er al zijn wanneer ze namelijk geboren zijn kan het wel eens gebeuren vooral bij te kleine rennen die eigenlijk niet als kweekren geschikt zijn dat andere eendenparen de jongen aanvallen. Dat eenden in de winter bij elkaar zitten wil niet zeggen dat het groepsdieren zijn het bij elkaar zitten doen ze alleen om een wak open te houden zodat ze voedsel kunnen blijven vinden verder zijn eenden in de broedperiode altijd alleen met hun jongen houd hier in de ren goed rekening mee. De eendenkuikens worden niet door de moeder gevoerd. Nestvlieders als ze zijn, kunnen ze zodra ze zijn opgedroogd, lopen en zwemmen en dus hun moeder volgen als ze op voedsel uit gaat. De kuikens leven de eerste dag nog van het voedsel dat in het ei zat. De zorg van moedereend bestaat verder uit het beschermen en warm houden van de jongen indien dit nodig is. Belangrijk is dat de vetklier op de stuit dichtbij de boven zijde van de staart zich goed ontwikkelt. Door deze te stimuleren (dagelijks vet ze haar veren in) zorgt moeder dat het verenpakje waterafstotend blijft zodat de jongen onder haar verenpakje droogt blijven. Eenden waarbij de stuitklier niet goed werkt worden drijfnat, komen dieper in het water te liggen en worden tenslotte ziek. De isolatie van een gezond verenpak is zo goed, dat zowel warmte als extreme kou de meeste soorten eenden meestal niet zoveel doen, het is vooral de bek en de poten die het meest afzien van kou.
Verder is het een kwestie van goed voer aanbieden de ouders zorgen verder voor hun jongen. Wanneer de kuikens wat ouder zijn eten ze ook gewoon mee wat opfokvoer en een graanmengsel is goed voor de kuikens en overigens ook voor de ouders. Verder is het ook nog afhankelijk hoeveel natuurlijk voedsel de kuikens in de vijver en omgeving kunnen vinden dit gaat grotendeels gepaard met de grote van de ren.
Misschien ook nuttige informatie voor u?:
Eenden hebben geen uitwendige voortplantingsorganen. Mannetjes en vrouwtjes hebben een cloaca, die zowel voor afvoer van afvalstoffen (urine en faeces) als voor seksueel contact is. Bij de copulatie wordt de cloaca iets uitgestulpt en tegen die van de partner geduwd, waarna de overdracht van sperma plaatsvindt. Nadat het ei bevrucht is gaat het via het oviduct door de cloaca naar buiten. Als het ei door het oviduct gaat wordt het omgeven door een laag eiwit en de beschermende schaal, die beide door klieren in de wand van het oviduct worden geproduceerd. Aan het uiteinde van het oviduct worden pigmenten aan de schaal toegevoegd; meestal zijn dit derivaten van afvalproducten.
Vogeleieren zijn een karakteristiek en uniek kenmerk in het dierenrijk. Het vogelei is uitstekend gestructureerd voor optimale groei en bescherming van het zich ontwikkelende embryo. De dooier, een lichtgele of oranje stroperige vloeistof, wordt omgeven door een dunne elastische membraan. Op de dooier bevindt zich een klein vlekje, de kiem, van waaruit het embryo zich ontwikkeld. Het albumen of eiwit vormt de rest van de ei-inhoud en bestaat uit twee lagen: een stroperige (buitenzijde) en gelatineuze (binnenzijde, aan de dooier grenzende) vloeistof. Het eiwit wordt van de schaal gescheiden door twee met elkaar in verbinding staande membranen, die voor kalkuitwisseling dienen en bescherming geven. Aan de brede zijde van het ei bevindt zich de luchtkamer, tussen de beide membranen. Het ontwikkelt zich pas als het ei gelegd is en neemt in omvang toe als het embryo groeit; het heeft waarschijnlijk een thermoregulerende functie. Tenslotte bestaat de eischaal uit een aantal onderling verbonden lagen, waarvan de binnenste in contact staat met de buitenste membraan. De eischaal bestaat uit calciumcarbonaat en een beetje proteïne. De eischaal is doorzeefd met kleine kanaaltjes, de poriën, die voor gasuitwisseling dienen tussen de buitenlucht en het ei (of embryo) zelf. De poriën vertonen ook variatie tussen de soorten en kunnen enkel vertakt zijn of vele vertakkingen hebben. De pigmenten, die het ei zijn specifieke kleur en/of patroon geven, bevinden zich ín de eischaal. Er kan aanzienlijke variatie tussen diverse eieren zijn (dikte van de eischaal, aantal poriën, samenstelling etc.).
De eieren van diverse eendenlsoorten kunnen van elkaar worden onderscheiden door uitwendige kenmerken: er zijn geen twee eieren precies hetzelfde. De grootste verschillen worden gevormd door afmetingen, vorm, oppervlak en kleur. De vorm varieert aanzienlijk tussen soorten, van rond tot conisch, sterk elliptisch, puntig, etc. De legselgrootte is ook van invloed op het formaat van de eieren. De belangrijkste relatie is natuurlijk die tussen de afmetingen van de ouder en het eiformaat, hoewel de relatieve afmetingen van het ei afnemen bij toenemende lichaamsgrootte. Bij een groot aantal eenden ligt de relatie tussen 1/9e en 1/15e van het lichaamsgewicht, maar het kan zelfs slechts 1/50ste van het gewicht zijn bij grote eenden.
De meeste eieren hebben een glad oppervlak en variëren van helder glanzend tot dof. Het eioppervlak kan ook kalkachtig (poederig), olieachtig of zepig ( bij sommige eenden) zijn. Ei kleuren worden in hoofdzaak veroorzaakt door twee pigmenten: de ene roodbruin en de andere blauwgroen, die het hele scala aan kleuren geven. De pigmenten komen het talrijkst voor in de buitenste lagen van de eischaal. Soms zitten ze zo aan de oppervlakte dat ze er van af gewreven kunnen worden. Meestal heeft een ei een grondkleur (variërend van bijna wit tot vrijwel zwart) waar andere kleuren als het ware bovenop liggen. De variatie in kleur en tekening is onuitputtelijk. De legselgrootte is afhankelijk van de bescherming die in het nest kan worden geboden, maar ook van het voedselaanbod (hoe beter, hoe meer eieren).
Men adviseerd dat men beter geen eenden kan gaan kruisen. De eendjes zijn meestal zwakker en niet zo gemakkelijk om er vanaf te komen ook is het een feit dat er echt eenden genoeg zijn wanneer u toch wil gaan kweken op professioneel niveau maak uzelf lid van een vereniging op die manier krijgt u alle info die u nodig hebt en via een vereniging kunt u de dieren meestal ook plaatsen.